Braaf zijn

Kleine kindjes worden groot,
En nog veel later gaan ze dood.
Voor het slapen een verhaal,
In de eigen moedertaal.
’s Morgens vroeg de handjes wassen,
en dan op het potje plassen.
Mustje op een sjaaltje aan,
En vandaag geen kindjes slaan.

Refrein:
Want je weet dat je braaf moet zijn,
Doe dan ook geen kindjes pijn.
Want je weet dat je braaf moet zijn,
Jij vuil loeder, klein venijn.

Tienerjongens staan op wacht,
Voor het andere geslacht.
Griet gekozen, eerst een kus,
Lonken naar haar grote zus.
Papa’s auto, zetels neer,
Meisje denkt daar gaan we weer.
Meisje wil niet, nog te jong,
Enkel kusjes met de tong.

Refrein:
En je weet dat je braaf moet zijn,
Doe dan ook geen meisjes pijn.
Want je weet dat je braaf moet zijn,
Sexmaniak, jij vettig zwijn.

Huisje boompje tuintje vrouw,
Zondes komen voor berouz.
Minnares wil veel meer geld,
Anders wordt de vrouw gebeld.
Overwerken op kantoor,
Echtgenote heeft het door.
Thuis aan tafellang verhaal,,
Net als toen in de moedertaal.

Refrein:
Want je weet dat je braaf moet zijn,
Doe dan ook je vrouw geen pijn.
Want je weet dat je braaf moet zijn,
Overspelig vuil konijn.
Want je weet dat je braaf moet zijn,
Doe dan ook geen mensen pijn.
Want je weet dat je braaf moet zijn,
Wees maar lief, dat is best fijn.

TERUG